in vuur en vlam

Eten met Jezus

“Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet” is een uitspraak die je vast wel eens hebt gehoord. Dit betekent dat je langzaam begint te lijken op de personen met wie je veel omgaat. Je neemt bepaalde trekjes over en misschien zelfs een stopwoordje hier en daar. 

Het volgen van Jezus laat je ook niet koud. Vorige week hebben we al geleerd dat wandelen met Jezus inhoudt dat we Hem overal naartoe willen volgen en dat we geconfronteerd worden met Zijn enorme liefde. Door die confrontatie kom je erachter dat je het niet alleen kan.

Als je Jezus leert kennen, gaat dat soms schuren met de wanneer waarop je nu leeft.

Zacheüs is hier een mooi voorbeeld van. Zacheüs is een tollenaar, een soort belastinginner. Echt een overloper, hij hoort nu bij de vijand. Dat deed je in die tijd niet zomaar. Waarschijnlijk was er iets gebeurd in het leven van Zacheüs wat ervoor heeft gezorgd dat hij dit beroep graag wilde uitoefenen.

Hij werd zelfs een oppertollenaar en werd ook heel rijk! En dat terwijl hij een Jood was, dat kon echt niet. Daarom werd hij enorm gehaat door alle mensen. Op een dag wandelt Jezus door de stad Jericho. Zacheüs wil Hem ook graag zien, maar omdat hij zo klein is lukt dat niet. Dan komt hij op een goed idee, hij klimt in een boom. Maar als Jezus langskomt, loopt Hij niet door. Deze liefdevolle Rabbi kijkt omhoog en vraagt: “Zacheüs, mag ik bij jou eten?” (Lees het verhaal in Lucas 19:1-10)

Jezus veroordeelt Zacheüs niet. Hij begint niet eens over het oplichten of over het afpersen. Zacheüs beslist uit zichzelf dat hij alles eerlijk gaat teruggeven. Wow, dat is bijzonder. Wanneer je Jezus binnenlaat in je leven gaan sommige dingen schuren. En dan weet je wat je moet veranderen.

Als je Jezus volgt kan het niet zo zijn dat je hetzelfde blijft, je gaat namelijk steeds meer op Hem lijken. Langzaam beginnen er vruchten te groeien: “Maar door de Geest ontstaan liefde, blijdschap, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, hulpvaardigheid, zelfbeheersing.” (Galaten 5:22, BB)  

Wanneer je Jezus bij jou naar binnen laat, blijf je niet hetzelfde. Wanneer je Hem volgt, ontdek je ook de dingen die je nog moet opruimen. 

Durf jij Hem uit te nodigen bij jou aan tafel?

Vader, dank U wel dat U mij ziet! Dank U wel dat het niet uitmaakt wat ik heb gedaan! Ik nodig U uit om mij te laten zien wat ik nog moet opruimen. In Jezus naam, amen”